december 2014

woensdag 22 oktober 2014

Alleenrijdende forens die overstapt op elektrische fiets, stoot 40x minder CO2 uit

De trein is milieuvriendelijker dan de auto. De aanleg van een fietspad is goedkoper dan een weg voor auto’s. Het ruimtebeslag van een bus is per reiziger lager dan dat van een auto. Een fietsrit is goedkoper dan een treinrit. Maar een gestalde fiets neemt wel kostbare ruimte in. Het duurzaam en slim organiseren van mobiliteit leidt tot veel positieve baten. Wat zijn die badataten? En welke effecten treden op wanneer mensen overstappen op een andere vervoerwijze?

Dit dashboard geeft een overzicht van feiten en cijfers over vervoerwijzen. En met de Sumo Effectcalculator kun je rekenen aan de effecten van maatregelen op het gebied van mobiliteitsmanagement. CROW-KpVV heeft hiervoor cijfers uit diverse bronnen verzameld. De milieucijfers zijn gebaseerd op het geactualiseerde STREAM-rapport.

Hoe duurzaam zijn auto, openbaar vervoer, fietsen en lopen?
Hoe scoren de verschillende vervoerwijzen op milieubelasting, gezondheidseffecten, ruimtebeslag en verkeersveiligheid? Hoe zit het met de kosten voor de overheid en voor de reiziger? En met de beleving door reizigers? CROW-KpVV heeft de verschillende vervoerwijzen gescoord op 19 aspecten. De meeste scores zijn gebaseerd op cijfers per reizigerkilometer. De voor de hand liggende conclusie is dat lopen het meest en autorijden het minst duurzaam is. Interessanter is dat hoe duurzamer de vervoerwijze, hoe lager de kosten voor burgers, werkgevers en overheden.

Opvallende feiten:
  • Een treinreiziger stoot per kilometer gemiddeld 4x minder CO2 uit dan een automobilist en 2x minder fijnstof. 
  • De CO2-uitstoot van één reizigerskilometer van een elektrische fiets is 26x zo klein als die van een auto. Bij een alleenrijdende forens is dit zelfs een factor 40.
  • Pas bij zes inzittenden in een auto stoot je per reiziger minder CO2 uit dan in een gemiddelde trein.  >> meer over milieu
  • Een automobilist neemt 7x zoveel plek in als een fietser en 11x zoveel ruimte als een trampassagier. 
  • Een langs de weg geparkeerde auto neemt 8x zoveel ruimte in beslag als een fiets in een fietsenrek. Een auto op een parkeerterrein neemt maar liefst 16x zoveel ruimte in. >> meer over ruimtebeslag 
  • Iedere autokilometer die in de Randstad (stedelijk gebied) wordt vervangen door een fietskilometer, levert 41 cent aan maatschappelijke baten op. >> meer over kosten en baten 
  • 71 % van de verplaatsingen korter is dan 7,5 kilometer. 
  • Van deze korte ritten wordt 26 % gelopen en 37 % gefietst. Voor 36 % van deze korte ritten wordt de auto gebruikt. >> meer over bereikbaarheid 
  • Bij 10 % meer fietsgebruik daalt het percentage inwoners met bewegingsarmoede met 1,5 procentpunten. 
  • Iedere 10 minuten forenzen betekent 0,3 minuut minder tijd om te bewegen, 0,4 minuut minder tijd voor koken en 2,2 minuten kortere slaap. >> meer over gezondheid en geluk
Een automobilist neemt 7x zoveel ruimte in als een fietser. Foto’s: city of Gävle

> Data en bronvermeldingen, zie het databestand
> Meer over de uitgangspunten milieucijfers en dataverantwoording.

Welke vervoerwijze is het meest duurzaam?
De prestaties geven een indruk van de duurzaamheid per vervoerwijze. Lopen en fietsen zijn het meest duurzaam, de auto is het minst duurzaam. Het openbaar vervoer zit daar tussen.

Meer in detail per vervoerwijze:

Lopen en fietsen
· op bijna alle fronten zeer duurzaam
· hoog marktaandeel op korte afstanden
· laag marktaandeel op lange afstanden
· kwetsbare verkeersdeelnemers: verhoudingsgewijs veel slachtoffers. De meeste verkeersdoden vallen echter bij ongevallen met gemotoriseerd verkeer. In tegenstelling tot de auto, kent de fiets weinig ongelijkvloerse kruisingen met dit gemotoriseerde verkeer.
· positieve gezondheidseffecten

Openbaar vervoer
· per reiziger heel laag ruimtebeslag
· zeer veilig
· uiteenlopende scores voor trein, metro, tram en bus op milieubelasting en kosten
· slecht imago
· klein marktaandeel op korte én de lange afstanden.

Auto
· op bijna alle fronten heel onduurzaam
· gemiddeld gezien het snelste op korte en lange afstanden
· hoog marktaandeel op korte én lange afstand
· veel positieve emoties, maar van fietsen worden mensen gelukkiger.

Mobiliteit 2.0
Onze samenleving is sterk georiënteerd op de auto. Voor langere verplaatsingen is lopen en fietsen geen optie en is de auto dominant. Toch is ook het aandeel van de auto in korte verplaatsingen erg hoog. Kosteneffectieve en duurzame mobiliteit begint met lopen en fietsen, aangevuld met collectief vervoer. Automobiliteit komt op de laatste plaats, wanneer actieve vervoerwijze (lopen en fietsen) en collectief vervoer niet voldoen. OV- en autorit dienen zo schoon mogelijk te zijn.

Dit principe is bruikbaar voor overheden, maar ook voor bijvoorbeeld werkgevers die bijvoorbeeld hun uitgaven aan mobiliteit willen terugdringen of maatschappelijk verantwoord willen ondernemen.



Als duurzame mobiliteit zoveel voordeliger is, dan moet dat tot uitdrukking komen in berekeningen. Recent zijn er tools ontwikkeld die hier behulpzaam bij zijn zoals de Sumo-Effectcalculator, de MKBA voor fietsprojecten en de tool Wikken en Wegen.


Prestaties van vervoerwijzen (bron: CROW-KpVV). Ieder aspect heeft een score tussen 0,5 en 5,5. Hoe hoger de score, des te beter de prestatie. Dit betekent voor: 
- verkeersdoden (slachtoffers): hoe hoger de score, des te minder slachtoffers
- verkeersdoden (veroorzakers):hoe hoger de score, des te minder veroorzakers
- positieve emoties: hoe hoger de score, des te sterker de positieve emoties
- negatieve emoties: hoe lager de score, hoe sterker de negatieve emoties.



Bij alle variabelen kun je ook zeggen: hoe hoger de score, des te duurzamer. Dat geldt ook voor snelheid, als je de brede definitie van duurzame mobiliteit hanteert. Volgens die definitie gaat het om de balans van ‘people, planet en profit’. Snelheid en bereikbaarheid zijn van belang voor people en profit. Als je alle variabelen (behalve marktaandeel) middelt, blijken lopen en fietsen ruim tweemaal zo duurzaam als de auto.

Nuances
Dit overzicht toont gemiddelde cijfers en gaat dus voorbij aan heel veel nuances. Bij iedere cijfer is wel een kanttekening te plaatsen. Zo is de uitstoot per reiziger sterk afhankelijk van het aantal inzittenden en de aandrijving. De kosten van de aanleg van infrastructuur variëren sterk: bruggen en tunnels zijn duur en ook de grondprijs varieert sterk. En er zijn veel regionale verschillen in vervoerwijze, wagenpark, kosten, kwaliteit en beleving van het openbaar vervoer en verkeersveiligheid. Tot slot zijn er veel verschillen tussen bus, tram en metro. Omdat dit onderscheid niet wordt gemaakt in veel databronnen, zijn deze verschillen vaak niet inzichtelijk.

Dit dashboard schetst de hoofdlijn op basis van gemiddelde cijfers. Waar mogelijk zijn de cijfers uitgedrukt in reizigerskilometers. Dat maakt het mogelijk om de impact te bepalen van veranderingen in reisgedrag. Met voertuigkilometers is dat niet mogelijk. Reizen met meerdere vervoermiddelen zijn niet meegenomen. Gedetailleerde gegevens zijn te vinden in het databestand.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

UA-23873000-2